Pelmolenplantsoen 6.jpg

Plaatsing 7 maart 2023

Op 7 maart 2023 is de Stolperstein voor professor Cohen aan het Pelmolenplantsoen 6 geplaatst door burgemeester, nabestaanden en de buurt. Lees hier voor het verslag.

Toen

Ernst Julius Cohen 2-2.jpg

Prof. Dr. Ernst Julius Cohen

Op de foto: Ernst Julius Cohen op een foto uit ongeveer 1902, bron: Wikipedia

Ernst Julius Cohen is geboren te Amsterdam op 7 maart 1869, en vermoord, een dag voor zijn 75e verjaardag, in Auschwitz op 6 maart 1944. Hij bereikte de leeftijd van 74 jaar, en was een Nederlands scheikundige, eerste voorzitter van de Nederlandse Chemische Vereniging en rector van de Universiteit Utrecht.

Ernst Julius Cohen volgde de HBS, leerde Grieks en Latijn en studeerde scheikunde vanaf 1888. Cohen behaalde zijn doctoraat in 1893 aan de Universiteit van Amsterdam bij de Nobelprijswinnaar Jacobus van 't Hoff, op het proefschrift “Het bepalen van overgangspunten langs electrischen weg en de electromotorische kracht bij scheikundige omzetting”.

Hij was een zoon van Jacob Cohen, chemicus, en Nanny Rosenthal, gehuwd op 21 december 1893 met Louise Gompertz. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren. Dochter Emma Johanna Cohen huwde Hendrik Willem Verloop op 10 juli 1917. Uit dit huwelijk werd kleinzoon Ernst geboren.

Na de dood van zijn eerste vrouw op 31 augustus 1920, hertrouwde hij op 3 april 1922 met Sophia Catharina Johanna Voute. Na de scheiding op 4 juli 1929, trouwde hij op 12 december 1929 met Wilhelma Abramina Titia de Meester. Uit deze huwelijken kwamen geen kinderen voort.

Tot 1896 was hij privaatdocent, waarna hij assistent van Van 't Hoff werd. Hij werd in 1902 benoemd tot gewoon hoogleraar in Utrecht en naast een aantal boeken schreef hij meer dan 400 artikelen. Cohen was de eerste voorzitter van de Nederlandse Chemische Vereniging (1903) en voorzitter van de International Union of Pure and Applied Chemistry (IUPAC), opgericht in 1919. Zijn wetenschappelijke verdiensten vonden erkenning in het hem aangeboden lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in 1913, en in eredoctoraten van de Universiteit van Cambridge (1923), het Karlsruher Institut für Technologie en de Universiteit van Pennsylvania (1926). In de tweede helft van de jaren 20 beijverde Cohen zich als voorzitter van de IUPAC sterk voor de toetreding van de Duitsers tot het genootschap, wat uiteindelijk in 1930 lukte.

Hij had een interesse voor de wetenschapsgeschiedenis van de scheikunde en publiceerde in 1907 een boek over de geschiedenis van lachgas. Ook schreef hij een biografie over Van 't Hoff. In 1939 ging hij met emeritaat.

Uit de overlevering is bekend dat Cohen door de bezetter gedwongen werd om, na het opmaken van een inboedellijst, zijn huis met inboedel en al te verhuren aan de bezetter. Zelf ging hij, met zijn vrouw en kleine inboedel, inwonen bij zijn buurman Ter Horst op Pelmolenplantsoen 7. De buurman was een notaris, die ook de huurpenningen mocht incasseren, daar Cohen dat zelf niet meer mocht.

Na een aanslag op 5 februari 1943, hielden de Duitsers een dag later razzia’s op universiteiten. Cohen werd aangehouden omdat hij geen Jodenster zou hebben gedragen; zijn labjas met Jodenster hing aan de kapstok. Het gevolg was een gevangenisstraf, eerst in Amsterdam en daarna in Kamp Vught, die pas op 10 juni 1943 eindigde.

In augustus 1943 kreeg Cohen bescherming na bemiddeling via SS Sturmbahnfuhrer Zoepf. Zich redelijk veilig wanend, ging hij weer aan het werk. Onder regie van Franz Fischer, een van de beruchte “Drie van Breda”, werd hij op 28 februari 1944 alsnog gearresteerd. Optimist Cohen dacht dat hij hier van terug zou keren, omdat hij niets verkeerds gedaan had. Waarschuwingen om voor zijn arrestatie onder te duiken, sloeg hij daarom ook in de wind.

Na zijn arrestatie op 28 februari 1944 is Cohen de volgende dag in kamp Westerbork geregistreerd als gevangene in barak 70. Een paar dagen later, op 3 maart 1944, werd hij gedeporteerd naar Auschwitz. De trein kwam in de nacht van 5 op 6 maart 1944 te Auschwitz aan. Ernst Julius Cohen is daar direct na de eerste selectie vergast.

De schrijver Primo Levi, auteur van “Is dit een mens?”, schreef bij zijn eigen aankomst in het kamp een week eerder, over het afvoeren van de groep ouderen, zieken en kinderen “la notte li inghiotti, puramente e semplicemente”; de nacht slokte hen op, eenvoudigweg.

Pas in januari 1946 is het definitief duidelijk wat het lot is geweest van Cohen, en dat hij niet meer zou terugkomen, als zijn weduwe de Universiteit Utrecht informeert.

 

Nabestaanden

DSC08516.jpg

Ernst Verloop, kleinzoon van Ernst Julius Cohen

Op de foto: Ernst Verloop in zijn tuin te Utrecht, in het voorjaar van 2021

In Utrecht ben ik geboren ( 1927 ) en getogen. Lagere school, Stedelijk Gymnasium en rechtenstudie aan de Universiteit. Gedurende het laatste schooljaar (1944-45 ) was de school wegens de oorlogsomstandigheden gesloten.

Eind 1940 begonnen de Duitsers met hun anti-Joodse maatregelen. Mijn grootvader van moederszijde Prof. Dr. Ernst Julius Cohen was als Jood opgepakt in 1944 en naar Auschwitz afgevoerd en vermoord. Eerder al was mijn broer als lid van een Delftse studenten verzetsgroep gearresteerd en naar Duitsland gezonden. Hij heeft deze periode gelukkig overleefd. Reeds in 1941 was het huis van mijn overgrootmoeder aan het Wilhelminapark door de Duitsers gevorderd en later door de NSB burgemeester van Utrecht bewoond. Zelf maakte ik in het laatste oorlogsjaar deel uit van de Utrechtse KP verzetsgroep. Door al deze gebeurtenissen was ik mij in die jaren levendig bewust geworden half Joods te zijn. Dit heeft er tevens toe geleid dat ik mijn later leven graag heb meegewerkt als er bijvoorbeeld bij de oprichting van een gedenkteken of het initiatief van de Joodse Huizen een beroep op mij gedaan werd.

In mijn studietijd heb ik het voorrecht gehad het gedenkteken voor de gevallenen van de Universiteit dat zich voor de ingang van de Aula bevindt, als voorzitter van de Utrechtse Studentenraad mede te mogen onthullen.

Na mijn studietijd heb ik bijna 2 jaren in militaire dienst doorgebracht. Daarna ben ik als trainee in dienst van Unilever getreden. Na een aantal jaren in Rotterdam ben ik vervolgens in Toronto. Canada en in Milaan. Italië werkzaam geweest. In 1966 werd ik voorzitter van de directie van het margarinebedrijf Van den Bergh en Jurgens in Rotterdam. In 1968 weer terug in Milaan in de leiding van Unilever-Italië. In 1974 naar Rotterdam als lid van de raad van bestuur van Unilever N.V. en Ltd.

In 1989 ging ik met pensioen, maar nog met een aantal functies zoals bijv. in Utrecht voorzitter van de raad van commissarissen van de Nederlandse Spoorwegen, de VVAA ( Artsen Automobilisten ), het Centraal Museum en een woningcorporatie. In Amsterdam de Bijenkorf NV. en buiten Nederland Ferrero S.p.A.in Torino, IMI een bank in Rome, Richemont in Geneve, holding maatschappij van o.a. Cartier in Parijs en vele andere soortgelijke ondernemingen in Zwitserland, Duitsland en Italië.

Kijk hieronder voor eerdere artikelen over Ernst Verloop.

'Kranslegger Ernst Verloop oorlogsheld tegen wil en dank'

Utrechts Comité 4 mei-Herdenking, Ernst Verloop over zijn oorlogservaringen voorafgaand aan de kranslegging in mei 2017

'Utrecht is bevrijders nog
onverminderd dankbaar'

Algemeen Dagblad, mei 2017

Ernst Verloop vertelt bij Open Joodse Huizen editie 2017

Ernst Verloop vertelt bij Open Joodse Huizen editie 2017

Nu

DSC07786.jpg

Anton van der Burg & Annelies van der Burg - Robertz

Op de foto: Anton van der Burg & Annelies van der Burg - Robertz voor hun huis aan het Pelmolenplantsoen in het voorjaar van 2021

Wij hebben ons huis gekocht in 1976. De buurt was onvergelijkbaar met hoe het nu is. Overal stonden auto’s geparkeerd, er was teveel verkeer.  De zuidelijke oude binnenstad (gold m.i. voor de gehele binnenstad) was niet de aantrekkelijke woonomgeving die het nu is. De Catherijnesingel werd deels gedempt, auto’s hadden voorrang. Heel langzaam werd de waardering voor de binnenstad ook weer groter. Veel oude huizen werden opgeknapt, werfkelders werden verbeterd en vooral het autoverkeer werd teruggedrongen. De leefbaarheid neemt nog steeds toe. Je ziet het aan het grote aantal wandelaars langs de singel, die weer helemaal rond de stad loopt; een gouden ingreep voor de hele binnenstad.

Pas in 2015 werd het ons duidelijk dat onze woning een bizar verleden kende. Wij werden toen gebeld door de organisatie die zich bezig hield met het openstellen van huizen waar in de oorlog vervolgde Joden hadden gewoond; Open Joodse Huizen. Op 4 mei 2015 hebben we voor het eerst ons huis opengesteld voor bezoekers en hield de heer Verloop (kleinzoon van de afgevoerde en later in Auschwitz vermoorde Ernst Cohen) twee maal een lezing over Ernst Cohen voor telkens ongeveer 20 personen. In 2017 hield de heer Verloop (destijds inmiddels 92 jaar) opnieuw een lezing. Ook de dochter van de heer Verloop was hierbij aanwezig. Deze lezing is op video opgenomen en is nu in het bezit van de familie Verloop.

Nieuwe documenten zijn inmiddels opgedoken, die een beeld geven van de confiscatie van de woning van de heer Cohen nog voordat hij werd afgevoerd naar Westenborg. Een Stolperstein lijkt door dit alles zeer op zijn plaats.

Klik hier om meer te leren over Open Joodse Huizen.